Bondslied van de B.S.P.N.

Beilen - brand in smederij legt heel het dorp plat...

Gemeente Beilen

Dalen - Jan Kruims Schuring vertrekt...

Dalen, juli 1950

Exloo - Hoefijzerkast van Hendrik Hallenga

Hoogeveen - verhaal over Evert Klooster

Nieuw Amsterdam - werk van Egbert Koopman

Nieuw Amsterdam "Johan Derksen slaat de spijker op z'n kop" Werk van Egbert Koopman. Foto Harrie Kuiper

Smedenfamilie Blancke, Schoonebeek

De naam Blancke is een smedennaam die veel voorkomt in Z.O Drenthe. De laatste smederij met die naam was Blancke Metaalbewerking in Schoonebeek. We nemen een duik in de geschiedenis en dan blijkt dat er sinds 1813 heel wat smeden met de naam Blancke zijn geweest. Het is allemaal begonnen met de komst van Goswinus Antonius Josephus Blancke. Hij wordt in 1794 geboren in Burg Steinfurt in Pruisen en staat te boek als smidsknegt. Het verhaal gaat, dat hij in 1813 deserteerde uit het Pruisisch leger. Dat is mogelijk, omdat dit in de nadagen was, dat Napoleon Duitsland bezet hield. Deserteren is een strafbaar feit dus werd hij achtervolgd. En om zijn achtervolgers op een dwaalspoor te brengen had hij zijn paard de hoefijzers achterstevoren beslagen….een truc die hij als smid natuurlijk gemakkelijk kon uitvoeren. Onbekend is wat het waarheidsgehalte van dit verhaal is. In elk geval vindt Goswinus eenvrouw in Coevorden en samen zorgen zij voor een aardig nageslacht. Bekend is dat de eerste zoon Jan hem opvolgt en smid wordt in Coevorden en de tweede zoon, Frans wordt smid in Erm. De derde zoon Gerhard wordt smid in Schoonebeek. Een zoon van Jan krijgt de naam Gijsbertus. Hij vertrekt naar Amsterdam en komt zeer waarschijnlijk in de rijwielhandel terecht of is daar smid. Hij krijgt daar een zoon met de naam Jan. Van deze Jan is bekend dat hij in Amsterdam een fietsenstalling beheerde en ook fietsen repareerde. Hij heeft geen opvolgers gehad in die richting. Dan gaan we kijken hoe het met de tweede zoon, smid Frans in Erm gelopen is. Hij had een zeer kinderrijke familie; hij is twee keer getrouwd geweest. Zoon Goswijn wordt zijn opvolger in Erm. Hij overlijdt in 1920. Het is mij niet bekend of hij dan een opvolger heeft. Wel komen er twee van zijn zoons in het bakkersvak terecht. En hoe zit het met de derde zoon Gerhard Bernard. Hij staat te boek als smidsknegt, trouwt met Jantje Zwaving en wordt smid in Schoonebeek. Deze Gerhard Bernard heeft 4 zoons en 4 dochters. De zonen Willem, Jan en Gerrit worden alle drie smid. Willem in het naburige Duitsland. Zijn zoon Gerhard wordt opvolger. Op dit moment is er geen smid Blancke meer van deze familietak over de grens. De oudste zoon Jan wordt de opvolger van zijn vader Gerhard Bernard in Schoonebeek, Deze Jan heeft een zoon Gerhard, die werkt bij vader in de smederij en zal deze opvolgen maar hij overlijdt op redelijk jonge leeftijd. Het bedrijf is dan inmiddels van midden in het dorp, iets naar het oosten van het dorp Schoonebeek verplaatst, (dat pand wordt later overgenomen door smid Oving.) In 1903 koopt Gerrit, de derde zoon van Gerhard Bernard een smederij in Dalerveen. Hij blijft daar tot 1922 en gaat dan weer terug naar Schoonebeek. De smederij in Dalerveen komt in handen van Harm Epping. Gerrit Blancke vestigt zich aan de Hoofdstraat A125, aan de westkant van Schoonebeek. Zijn broer Jan heeft dan nog steeds een smederij aan de oostzijde van Schoonebeek. Gerrit heeft ook een fietsenwinkel. Er zijn twee zonen, Roelof en Gerhard Bernard. Zoon Roelof vestigt zich als smid in Leersum. En in 1940 neemt zoon Gerhard Bernard (1917) de smederij in Schoonebeek over van zijn vader. De eerste jaren is het moeilijk, zeker als het hoefbeslag afneemt. Maar in Schoonebeek zit olie in de grond, en als de Nederlandse Aardolie Maatschappij in Schoonebeek werk gaat uitbesteden, gaat het bedrijf groeien. Vooral eind jaren 60, begin jaren 70. Er worden diverse grote werkplaatsen achter de originele smederij gebouwd. Er zijn dan een 20 tal werknemers. In 1972 komen zoon Gerrit Blancke, en schoonzoon Jan Schepers in het bedrijf. In 1979 verkast het hele bedrijf naar het industrieterrein aan de Nieuw Amsterdamseweg, waar het bedrijf SMA wordt overgenomen. Onder de naam Blancke Metaalbewerking BV wordt hier gewerkt tot 2013. Het bedrijf wordt overgenomen door dhr. of de fa. Tijkotte. De naam Blancke blijft bij het bedrijf horen. Helaas laat dhr. Tijkotte, ondanks een gevulde orderportefeuille, het bedrijf in 2015 failliet verklaren. Jammer dat de naam Blancke er nog aan verbonden is. Daarna wordt er een doorstart gemaakt door de PMF groep industrial services. En zo komt er een eind aan 200 jaar smedennaam Blancke in de Zuid Oosthoek van Drenthe.

Tekst: Dick Blancke

Vries - smederij Aling. Geschreven door Jan Zuurd

De smederiij van Hendrik Aling was gevestigd aan de Suudbrink in Vries.

Hendrik Aling , geboren in 1825 en overleden in 1898 was iijzersmid en landbouwer. Hij bouwde een smederij ten noorden van de boerderij Suudbrink 29. Na zijn huwelijk in 1857met Aaltien Meijer kocht Aling de boerderij erbij, mede vanwege het feit dat de smederij geen woonruimte bood. Hendrik Aling werd opgevolgd door zijn zoon Albert, die ook smid werd. Deze werd geboren in 1861 en overleed in 1921. In 1913 trouwde hij in Vries met Antje Kuiper. Albert Aling en zijn broer Lammert bouwden eens de draaibrug over het Noord-Willemskanaal in de weg Vries - Tynaarlo. Lammert Aling was van beroep ook eigenlijk smid, maar kon dit moeilijk combineren met zijn boerenbedrijf.

Na het overlijden van Albert Aling werd de smederij gekocht door Harm Timmerman, geboren in 1875 te Rolde en overleden in 1949 te Vries. Timmerman begon zijn loopbaan als smidsknecht op het stoomgemaal bij Sluis 3 te De Punt. Later werkte hij ook nog in een smederij in die plaats. Harm Timmerman, in de volksmond Oale Haarm genoemd, heeft tot 1930 in de oude smederij gewoond.

Wegens gebrek aan woon- en slaapruimte was het eigenlijk niet te doen, maar er waren geen andere mogelijkheden voorhanden. In 1930 werd de oude smederij gesloopt, ,hetgeen volgens overlevering een stofwolk met een diameter van 20 meter tot gevolg had. Er werd een nieuwe smederij gebouwd op dezelfde plaats, waarin ook een woonkamertje en een slaapkamertje werden gerealiseerd. Oale Haarm was er zeer content mee.

Op een ander front zat het hem echter niet mee, ook al stond hij bekend als een zeer bekwaam vakman. Hij zocht zijn geluk in een huwelijk, maar dat bleek van zeer korte duur. Na een dag getrouwd te zijn geweest nam zijn echtgenote de benen en ze kwam nooit meer terug.

Oale Haarm is tot zijn dood in de smederij blijven wonen en is ten huize van kapper F.W.Pieters aan de brink in Vries overleden. De smederij, de boerderij en de gehele zuidgordel van de Suudbrink in Vries zijn in 1959 afgebroken.

Het oudste straatje van Vries verdween hiermee. Het geheel moest plaatsmaken voor een nieuw gemeentehuis. Dit gebouw heeft rond de eeuwwisseling ook al weer een andere bestemming gekregen.

Wapse

Wapserveen        ---- VREWA ----

Smederij Vredeveld, middelpunt van de Nijstad op Wapserveen.

Jeugdherinneringen van Harm Jonkers (geb.1940)

Wapserveen, een langgerekt boerenstreekdorp in Zuid West Drenthe. Bij de Bovenboer, de Nijstad, drie dubbele woonhuizen met vlak aan de overkant van de straat de smederij van Vredeveld, dit tussen eigenlijk alleen maar boerderijen, koeien – paarden – melkbussen – melkwagens – zuivelfabriek.

Voor een lagere school jongen uit een arbeidersgezin, zoals ik, genoot je elke dag van alle bedrijvigheid om je heen.

Vooral genoot ik van alles wat zich afspeelde in en om de smederij: de smid met zijn knechten allemaal, in overall bezig met smeden bij het vuur, elektrisch en autogeen lassen, boren, slijpen, zagen e.d.

Ik herinner mij nog heel goed wanneer er een hoepel om een houten wagenwiel moest worden gelegd. Twee vuren aan, de hoepel steeds draaien, zodat hij rondom roodgloeiend werd. Buiten lag het wiel op een betonnen rand met een gat in het midden, emmers en een ijzeren varkensvoerbak met koelwater stonden klaar. Dan kwam de smid met zijn knecht, met de gloeiende hoepel tussen hen in, vasthoudend met twee ijzeren tangen aangerend, naar buiten, waar de voorhamers klaar stonden, en dan maar slaan. Als de hoepel om het wiel paste dan heel snel afkoelen waardoor de hoepel weer kromp. Klaar: maar o wee als het niet paste!

Begin jaren 50 gingen steeds meer boeren over op wagens met luchtbanden.Vredeveld maakte de wagens met nieuwe onderstellen, maar ook op onderstellen van gesloopte luxe auto’s. Dat was waarschijnlijk goedkoper. Eens maakte de smid een grote wagen voor achter een tractor met een verhoogde voorkant, zodat de vooras er onderdoor kon draaien. Een pracht van een wagen, speciaal voor een tentoonstelling in Dwingeloo tijdens de Dwingeldermarkt. Daarnaast had hij ook een kleinere klaar, die werd achter de grote vastgemaakt en met zijn twee-en achter zijn auto gebonden en op naar Dwingeloo. In die tijd kon dat allemaal nog. Dus toen al een dubbele aanhanger.

De boeren kwamen ook met paarden bij Vredeveld, voor nieuwe ijzers. Het beslaan van paarden gebeurde niet in een noodstal, maar uit de losse hand, alleen het afwerken gebeurde op een bokje. Heel mooi om naar te kijken. Hij ging soms ook naar Steenwijk om paarden te beslaan wegens ziekte van de smid aldaar.

Jan Vredeveld was een vakman. Er is een tijd geweest dat hij een leraar op de Ambachtsschool in Steenwijk verving en les gaf in smeden. Hij ging daar enkele middagen per week naar toe.

Net na de oorlog werd begonnen met de Legerplaats Steenwijkerwold, nu Johannes Postkazerne, die in 1953 gereed was. Tijdens de bouw had Vredeveld daar veel werk van. Er werd meer personeel aangenomen en het was in die tijd een drukte van belang bij de smederij. Het was zelfs zo dat er ook ’s nachts doorgewerkt werd terwijl er vlak aan de overkant van de straat gezinnen lagen te slapen, maar daar werd niet over geklaagd. Indien nodig werd er door de buren gewoon meegeholpen.

Buiten het smid-zijn kon je ook vaak voor andere dingen terecht. B.v. kon je tijdens de jaarwisseling elektrische knijpertjesijzers huren. Ook diende de voorkamer van het woonhuis 1 of 2 keer per week als spreekkamer van dr. Landeweer uit Havelte.

De boeren begonnen met melken middels een melkmachine in het weiland. Er was een boer met behoorlijk wat koeien, die liet een grote ronde melkmachine maken, met twee opklapbare zijkanten, zodat die over de weg vervoerd kon worden. Ook zag je dat men het hooi in het hooivak deed met een hooiblazer of een jacobsladder.

Begin jaren 50 ging ik naar de Ambachtsschool in Steenwijk, machine bankwerken en autotechniek. In 1957 had ik de diploma’s en moest aan het werk. Omdat ik tijdens die schooltijd al vaak in de smederij was, om hier en daar te helpen, wilde ik na de school daar graag werken. Van Vredeveld mocht ik daar beginnen maar hij liet mij toentertijd al duidelijk weten dat er in een smederij op den duur geen toekomst meer zou zijn. Hij vond het beter dat ik b.v. in een winkel ging werken, waar hij mij ook geschikt voor achtte. Dat heb ik gedaan. Na ongeveer anderhalf jaar ben ik in een winkel met ijzerwaren en gereedschappen gaan werken. Vijf jaar later ben ik bedrijfsleider geworden in een “ja ja een speelgoedwinkel”. Wel heel wat anders natuurlijk, maar heb dat gedaan tot de VUT en altijd genoten.

Bij Vredeveld mocht ik graag zijn. Na al die jaren denk ik nog graag aan die tijd terug. Terug naar de jaren vijftig!

VREWA was een begrip op Wapserveen.

 

Harm Jonkers.

Yde - smid Geert Willem Nijenhuis (v/h Niehaus) uit Duitsland afkomstig.

Zeijen - Prov. Drentsche en Asser Courant van 29 maart 1958

Zweeloo, Johannes (Jan) Kroeze