Dalen - Jan Kruims Schuring vertrekt...

Valthe

                                                                     --Wapserveen        ---- VREWA ----

 

Smederij Vredeveld, middelpunt van de Nijstad op Wapserveen.

 

Jeugdherinneringen van Harm Jonkers, 1940.

 

Wapserveen, een langgerekt boerenstreekdorp in Zuid West Drenthe. Bij de Bovenboer, de Nijstad, 3 dubbele woonhuizen met vlak aan de overkant van de straat de smederij van Vredeveld, dit tussen eigenlijk alleen maar boerderijen, koeien – paarden – melkbussen – melkwagens – zuivelfabriek.

Voor een lagere school jongen uit een arbeidersgezin, zoals ik, genoot je elke dag van alle bedrijvigheid om je heen.

Vooral genoot ik van alles wat zich afspeelde in en om de smederij: de smid met zijn knechten allemaal, in overall bezig met smeden bij het vuur, elektrisch en autogeen lassen, boren, slijpen, zagen e.d.

Ik herinner mij nog heel goed wanneer er een hoepel om een houten wagenwiel moest worden gelegd. Twee vuren aan, de hoepel steeds draaien, zodat hij rondom roodgloeiend werd. Buiten lag het wiel op een betonnen rand met een gat in het midden, emmers en een ijzeren varkensvoerbak met koelwater stonden klaar. Dan kwam de smid met zijn knecht, met de gloeiende hoepel tussen hen in, vasthoudend met twee ijzeren tangen aangerend, naar buiten, waar de voorhamers klaar stonden, en dan maar slaan. Als de hoepel om het wiel paste dan heel snel afkoelen waardoor de hoepel weer kromp. Klaar: maar o wee als het niet paste!

 

Begin jaren 50 gingen steeds meer boeren over op wagens met luchtbanden.

Vredeveld maakte de wagens met nieuwe onderstellen, maar ook op onderstellen van gesloopte luxe auto’s. Dat was waarschijnlijk goedkoper. Eens maakte de smid een grote wagen voor achter een tractor met een verhoogde voorkant, zodat de vooras er onderdoor kon draaien. Een pracht van een wagen, speciaal voor een tentoonstelling in Dwingeloo tijdens de Dwingeldermarkt. Daarnaast had hij ook een kleinere klaar, die werd achter de grote vastgemaakt en met zijn twee-en achter zijn auto gebonden en op naar Dwingeloo. In die tijd kon dat allemaal nog. Dus toen al een dubbele aanhanger.

 

De boeren kwamen ook bij Vredeveld met de paarden voor nieuwe ijzers. Het beslaan van paarden gebeurde niet in een noodstal, maar uit de losse hand, alleen het afwerken gebeurde op een bokje. Heel mooi om naar te kijken. Hij ging soms ook naar Steenwijk om paarden te beslaan wegens ziekte van de smid aldaar.

 

Jan Vredeveld was een vakman. Er is een tijd geweest dat hij een leraar op de Ambachtsschool in Steenwijk verving en les gaf in smeden. Hij ging daar enkele middagen per week naar toe.

 

Net na de oorlog werd begonnen met de Legerplaats Steenwijkerwold, nu Johannes Postkazerne, die in 1953 gereed was. Tijdens de bouw had Vredeveld daar veel werk van. Er werd meer personeel aangenomen en het was in die tijd een drukte van belang bij de smederij. Het was zelfs zo dat er ook ’s nachts doorgewerkt werd, en dat terwijl er vlak aan de overkant van de straat gezinnen lagen te slapen, maar daar werd niet over geklaagd. Indien nodig werd er door de buren gewoon meegeholpen.

 

Buiten het smid-zijn kon je ook vaak voor andere dingen terecht. B.v. kon je tijdens de jaarwisseling elektrische knijpertjesijzers huren, ook diende de voorkamer van het woonhuis 1 of 2 keer per week als spreekkamer van dr. Landeweer uit Havelte.

 

De boeren begonnen met melken middels een melkmachine in het weiland. Er was een boer met behoorlijk wat koeien, die liet een grote ronde melkmachine maken, met twee opklapbare zijkanten, zo dat die over de weg vervoerd kon worden. Ook zag je dat men het hooi in het hooivak deed met een hooiblazer of een jacobsladder.

 

Begin jaren 50 ging ik naar de Ambachtsschool in Steenwijk, machine bankwerken en autotechniek. In 1957 had ik de diploma’s en moest aan het werk. Omdat ik tijdens die schooltijd al vaak in de smederij was, om hier en daar te helpen, wilde ik na de school daar graag werken. Van Vredeveld mocht ik daar beginnen maar hij liet mij toentertijd al duidelijk weten dat er in een smederij op den duur geen toekomst meer zou zijn. Hij vond het beter dat ik b.v. in een winkel ging werken, waar hij mij ook geschikt voor achtte. Dat heb ik gedaan. Na ongeveer anderhalf jaar ben ik in een winkel met ijzerwaren en gereedschappen gaan werken. Vijf jaar later ben ik bedrijfsleider geworden in een “ja ja een speelgoedwinkel”. Wel heel wat anders natuurlijk, maar heb dat gedaan tot de VUT, en altijd genoten.

Bij Vredeveld mocht ik graag zijn. Na al die jaren denk ik nog graag aan die tijd terug. Terug naar de jaren vijftig! VREWA was een begrip op Wapserveen.

 

Harm Jonkers.

Yde - smid Geert Willem Nijenhuis (v/h Niehaus) uit Duitsland afkomstig.

Zweeloo, Johannes (Jan) Kroeze